De schutter en zijn kruisboog

ALGEMEEN
De kruisboog is van alle tijden. Twee eeuwen voor onze jaartelling werd hij al in China als wapen gehanteerd. Pas in de twaalfde eeuw kwam hij in Europa in zwang. Rond de zestiende eeuw verdween hij van het slagveld. Hij werd overvleugeld door de wapens die in de vijftiende eeuw hun opmars begonnen. De handboog verdween in de zeventiende eeuw van het krijgstoneel. Dodelijker en trefzekerder dan die van de handboog waren de met kruisbogen afgevuurde pijlen. Kruisboogschutters stonden bij een aanval of belegering pal achter enkele linies van schouder aan schouder vechtende handboogschutters. Niet alleen bij de jacht of in oorlogen werd de boog ingezet. In de veertiende eeuw beoefenden de met de verdediging van stad en land belaste leden van schuttersgilden het boogschieten al als vrijetijdsbesteding.
SOORTEN EN MATEN

Kruisbogen waren er in alle soorten en maten. De MANGANEEL, gemaakt van staal was de grootste en zwaarste. Hij stond op een kar en werd gespannen met een wind-as of takel. Met de zware BANKARMBRUST werd vanaf schepenof bij belegeringen geschoten. Bij de vogeljacht was de lichte SNEPPER favoriet. Er konden loden, stenen of van leem gebakken kogels mee worden afgevuurd. Dezelfde projectielen konden ook worden afgeschoten met de kluitboog. 

DE KRUISBOOG

De kruisbogen van St. Henricus worden gemaakt van sierlijk generfd essehout, zes millimeter dikke stalen bladveren, nylondraad, touw, messing, leer en ijzer. De kruisbogen zijn ongeveer een meter en wegen tussen de zeven en tien kilo. Uit vier delen bestaat de boog: de kolom of lade; een boog van hout, hoorn of staal; en pees van henneptouw of nylondraden; een span- en aftrekinrichting. 

DE VISLIJNEN

Met de pees, bestaande uit tussen 200 en 250 nylon vislijntjes, wordt de boog gespannen. Elke draad kan een trekkracht van ruim veertien kilo weerstaan. Met een hefboom spanner wordt de pees naar achter getrokken en in een pal gespannen gehouden. Op enkele centimeters afstand ligt de pijl in een messing of staal beklede gleuf van de kolom. Als de trekker wordt overgehaald, schiet de pees los en slaat de pijl met een enorme kracht weg. De trekker en het spanmechanisme, vervaardigd door een fijnbankwerker, is aan het einde van de geleiding aangebracht. 

DE BLADVEREN

Met zaag, vijl en rasp wordt het hout tot de kolom gemodelleerd, die uitloopt in een kolf. Het uiteinde van de kolf wordt met leerbekleed. Vlak achter de kop van de kolom wordt een gat geboord, waar de in vier verschillende lengten - van groot naar klein- gezaagde bladveren door worden geschoven. Met een bout, dwars door de voorkant, worden ze klem gezet. Touw wordt om de veren gewikkeld opdat ze niet over elkaar schuiven. De bovenste en langste bladveer heeft "oren", waarin de lussen van de pees worden gehangen. 
De schutter en zijn kruisboog

Sint Henricus op Facebook

Like en deel onze website